ERE per energiedrager
Bioethanol en biomethanol: zo werken de ERE's
Bij bioethanol en biomethanol bepaalt de grondstof welke ERE-soort mogelijk is. Methanol uit biomassa volgt bovendien andere regels dan e-methanol uit hernieuwbare waterstof.

Eerst de herkomst vaststellen
Bioethanol is ethanol uit biomassa. Biomethanol is methanol uit biomassa. Beide vallen onder de regels voor vloeibare biobrandstoffen. Ze hebben elk een eigen energie-inhoud en berekening; een liter van de ene brandstof is voor ERE's dus niet gelijk aan een liter van de andere.
Bioethanol uit maïs, tarwe of suikerbiet valt doorgaans onder ERE-C. Komt de ethanol uit een toegelaten grondstof van bijlage IX-A, zoals stro, dan kan ERE-G van toepassing zijn. Bij biomethanol uit een geavanceerde afval- of reststroom kan eveneens ERE-G ontstaan. Andere grondstoffen vragen om hun eigen beoordeling.
Het etiket 'afval' is onvoldoende. Gebruik de grondstofomschrijving op het duurzaamheidsbewijs en controleer de bijbehorende categorie. Bij gemengde grondstoffen moet de administratie de verschillende aandelen kunnen volgen.
Biomethanol en e-methanol
E-methanol kan worden gemaakt met hernieuwbare waterstof en een koolstofbron. Als het product voldoet aan de Europese RFNBO-eisen, hoort daar ERE-R bij. Daarvoor is een bewijs van hernieuwbaarheid nodig. Biomethanol volgt de biobrandstofroute met een bewijs van duurzaamheid, of PoS.
Beide producten kunnen als 'groene methanol' worden aangeboden. Vraag de leverancier daarom naar de productieroute en het bijbehorende certificaat. De commerciële naam is te ruim om een inboeking op te baseren. Zie ook e-fuels en ERE-R.
Levering en bewijs
De bevoegde inboeker moet de levering aan de Nederlandse bestemming aantonen. Voor vloeibare biobrandstoffen horen daar onder meer accijnsadministratie, locatiecertificering, een massabalans en een PoS bij. Bij een mengsel telt alleen het aantoonbare biogene deel.
Voor niet-standaardbrandstoffen gelden aanvullende bewijseisen. Bij levering aan land noemt de NEa onder meer een factuur en betaalbewijs met afleveradres. De gebruikelijke ABC-afhaalroute voor standaardbrandstoffen mag dan niet worden gebruikt. Stem de leveringsconstructie dus vooraf af.
Ook bij afgeleide benzinecomponenten telt het hernieuwbare aandeel. Voor bio-ETBE vermeldt de NEa 33% en voor bio-MTBE 22%. De volledige hoeveelheid als biobrandstof rekenen zou de claim te hoog maken.
De bestemming beperkt de mogelijkheden
Conventionele biobrandstoffen zijn in 2026 niet inboekbaar voor binnenvaart. Voor zeevaart zijn alleen G en O toegestaan. Biomethanol voor een zeeschip moet dus ook qua grondstof in die categorieën passen.
Het aantal ERE's volgt uit de geleverde energie en de ketenemissie op de PoS, na toepassing van eventuele grondstoffactoren. Controleer vóór een prijsafspraak de hoeveelheid, grondstof, emissiewaarde en sector samen. Een afspraak per liter zonder die gegevens zegt weinig over de mogelijke ERE-opbrengst.
Bronnen
Stel uw vraag over ERE
Stuur uw vraag over de energiedrager, sector of inboekvoorwaarden.