ERE per energiedrager

Biogas, bio-CNG en bio-LNG: welke regels gelden?

Voor bio-CNG en bio-LNG gelden verschillende inboekroutes. Bij CNG kan een Nederlands groen-gascertificaat de levering dekken. Bij LNG moet vanaf 2026 fysieke biobrandstof zijn geleverd.

17 september 2026·PYK Power·2 min leestijd
Vrachtwagens op de weg

Van biogas naar voertuigbrandstof

Biogas ontstaat uit biomassa, bijvoorbeeld bij vergisting van mest of organisch afval. Na opwerking kan het als biomethaan, ook groen gas genoemd, worden gebruikt. Bio-CNG is gecomprimeerd gas; bio-LNG is vloeibaar gemaakt biogas.

De grondstof bepaalt de ERE-soort. Mest en bepaalde organische afvalstromen vallen onder geavanceerd en kunnen ERE-G opleveren. Andere grondstoffen kunnen onder B, C of O vallen. Het woord 'biogas' geeft dus geen vaste categorie.

CNG via het gasnet

Een leverancier kan CNG aan Nederlands vervoer leveren en de hernieuwbare hoeveelheid onderbouwen met garanties van oorsprong, of GvO's, van VertiCer. Die moeten betrekking hebben op groen gas dat in Nederland is geproduceerd. De geleverde hoeveelheid moet voldoende zijn om de ingezette certificaten te dekken.

De NEa stelt daarbij concrete eisen:

  • De gasproductie is gecertificeerd volgens een erkend duurzaamheidssysteem.
  • Voor de betreffende productie is geen SDE-exploitatiesubsidie ontvangen.
  • De aansluiting dient uitsluitend vervoer, of het afzonderlijke leverpunt heeft de vereiste MID-meter.
  • De GvO's staan vóór de inboeking op de NEa-rekening bij VertiCer.

De emissiewaarde op de GvO bepaalt mede het aantal ERE's. Voor deze route noemt de NEa minimaal 60% ketenemissiereductie; voor installaties gestart vanaf 1 januari 2021 is dat 65%.

Een directe leiding van de productie-installatie naar het tankpunt kan ook kwalificeren. Ook daar zijn passende GvO's en metingen nodig. Alleen gas produceren en in het net stoppen is geen levering aan vervoer door de producent.

Voor bio-LNG telt de fysieke levering

Vanaf 2026 kan een leverancier fossiel LNG niet meer met losse GvO's vergroenen voor een ERE-inboeking. Fysiek bio-LNG valt onder de regels voor vloeibare biobrandstoffen. Daarbij horen een bevoegde inboeker, duurzaamheidsbewijs, massabalans en bewijs van de biogene hoeveelheid.

Voor die laatste controle kan onder voorwaarden een verificatie biomassa bij de productielocatie worden gebruikt. Bij directe invoer uit het buitenland bestaat bovendien een specifieke uitzondering op de gebruikelijke massabalans voor de laatste opslaglocatie. Laat de gekozen route vóór de eerste levering toetsen.

Leg route en bestemming vast

Bewaar per levering de hoeveelheid, datum, bestemming en gebruikte bewijsstukken. Bij CNG zijn dat onder meer meterstanden en GvO-nummers. Bij bio-LNG horen daar de fysieke leveringsketen en PoS bij.

Voor schepen gelden daarnaast sectorbeperkingen: conventionele biobrandstoffen zijn uitgesloten voor binnenvaart; zeevaart accepteert alleen G en O. Een groen-gascertificaat dat past bij een CNG-tankstation zegt daardoor nog niets over de inboekbaarheid van een LNG-bunkering.

Bronnen

Stel uw vraag over ERE

Stuur uw vraag over de energiedrager, sector of inboekvoorwaarden.