ERE per energiedrager
HVO en biodiesel: welke ERE's?
HVO en biodiesel kunnen ERE's opleveren. De grondstof bepaalt de soort; de uitstoot over de hele keten bepaalt hoeveel eenheden de levering oplevert.

HVO en FAME
HVO is waterstofbehandelde olie uit biomassa. De gebruikelijke biodiesel FAME bestaat uit vetzuurmethylesters. Beide kunnen fossiele diesel vervangen of ermee worden gemengd. Voor ERE's moet de leverancier het geleverde biogene aandeel aantonen.
De naam HVO100 vertelt hoeveel HVO er in de brandstof zit. Daaruit volgt nog geen ERE-soort of gegarandeerd reductiepercentage.
De grondstofindeling van het REV maakt bijvoorbeeld dit verschil:
- Gebruikt frituurvet en dierlijk vet categorie 1 of 2 vallen onder ERE-B.
- Een grondstof op de geavanceerde lijst kan ERE-G opleveren.
- Voedsel- en voedergewassen vallen onder ERE-C, voor zover de grondstof is toegestaan.
- Dierlijk vet categorie 3 valt onder ERE-O, met een rekenfactor van 0,5.
Welke leverancier mag inboeken?
Voor vloeibare biobrandstoffen ligt de inboeking doorgaans bij een leverancier met een vergunning voor een accijnsgoederenplaats, een AGP. Ook bepaalde geregistreerde geadresseerden en importeurs kunnen inboeken. De koper die HVO tankt, krijgt daarmee geen eigen inboekrecht.
De inboeker moet de accijnstechnische levering kunnen aantonen. Daarnaast zijn certificering onder een Europees erkend duurzaamheidssysteem en een massabalans voor de laatste opslaglocatie nodig. Die administratie houdt bij hoeveel duurzame brandstof binnenkomt en uitgaat.
Een bewijs van duurzaamheid, vaak PoS genoemd, onderbouwt de herkomst en ketenemissie. Het bewijst op zichzelf geen fysieke levering. Daarvoor zijn ook leveringsdocumenten en bewijs van het biogene aandeel nodig. De NEa beschrijft de afzonderlijke eisen.
Hoeveel ERE's ontstaan?
Het REV rekent met de hoeveelheid biobrandstof, de energie-inhoud en het verschil tussen de fossiele referentie van 94 gram CO₂-equivalent per MJ en de ketenemissie op de PoS. Een lagere ketenemissie geeft bij dezelfde hoeveelheid meer ERE's. Eventuele grondstoffactoren tellen ook mee.
De brandstof moet eerst de minimale emissiereductie halen. Voor biobrandstoffen uit installaties die vanaf 1 januari 2021 produceren, is dat ten minste 65%. Voor oudere installaties gelden andere drempels. Een algemene verkoopclaim over CO₂-besparing vervangt de PoS niet.
Weg, binnenvaart of zeevaart
De bestemming bepaalt of de levering LRE's, BRE's of ZRE's kan opleveren. Voor binnenvaart zijn conventionele biobrandstoffen uitgesloten. Voor zeevaart zijn alleen G en O inboekbaar: HVO uit frituurvet valt onder B en levert daar geen ERE's op.
Vraag daarom vóór de levering om de precieze grondstof en PoS. Spreek ook af welke partij inboekt. Leg voor een zeeschip apart vast hoe eventuele claims voor FuelEU Maritime en ETS worden onderbouwd; daarvoor gelden eigen bewijsregels.
Bronnen
Stel uw vraag over ERE
Stuur uw vraag over de energiedrager, sector of inboekvoorwaarden.